7de specialisatiejaar — Beheer van een (transport-)onderneming en kwaliteitszorg — 15 meerkeuzevragen
Instructie: Kies per vraag het beste antwoord. Omcirkel of onderstreep de letter van het juiste antwoord. Per vraag is er slechts 1 correct antwoord.
Deel 1 — Theorie (8 vragen)
1Waar staat de afkorting USP voor?
A) Universal Standard Protocol
B) Unique Selling Proposition (of Unique Selling Point)
C) Unified Supply Process
D) User Service Platform
2Binnen welk onderdeel van het Business Model Canvas horen USP's thuis?
A) Klantsegmenten
B) Waardepropositie
C) Kostenstructuur
D) Kanalen
3Wat is het verschil tussen een kenmerk en een USP?
A) Er is geen verschil — elk kenmerk is automatisch een USP
B) Een kenmerk is extern, een USP is intern
C) Een kenmerk beschrijft wat je hebt of doet; een USP vertaalt dat naar een concreet klantvoordeel
D) Een USP is altijd technisch, een kenmerk is commercieel
4Aan welke vier criteria voldoet een goede USP?
A) Goedkoop, snel, groot en modern
B) Relevant voor de klant, duidelijk en begrijpelijk, moeilijk te kopieren, gekoppeld aan een concreet voordeel
C) Technisch geavanceerd, schaalbaar, winstgevend en duurzaam
D) Innovatief, ambitieus, disruptief en internationaal
5Waarom is "Wij leveren kwaliteit" een slechte USP?
A) Omdat kwaliteit niet belangrijk is voor klanten
B) Omdat het te specifiek is
C) Omdat het te vaag is en iedereen het zegt — het onderscheidt je niet van de concurrentie
D) Omdat kwaliteit een bedreiging is in de SWOT
6Welke vragen moet je jezelf stellen om je USP's te bepalen?
A) Wat vindt mijn klant echt belangrijk? Waar klagen klanten over bij concurrenten? Wat kan ik beter, sneller of eenvoudiger doen? Wat is moeilijk te kopieren?
B) Hoeveel winst maak ik? Hoeveel medewerkers heb ik? Hoe groot is mijn vloot?
C) Welke kleuren gebruik ik in mijn logo? Hoe ziet mijn website eruit?
D) Wat doen mijn concurrenten? Kan ik hun strategie overnemen?
7Wat betekent de uitspraak "Zonder USP ben je inwisselbaar"?
A) Zonder USP kun je geen bedrijf oprichten
B) Zonder USP heb je geen klanten
C) Als je je niet onderscheidt, kan de klant evengoed voor een concurrent kiezen — je bent vervangbaar
D) USP's zijn wettelijk verplicht in een businessplan
8"Een USP is pas sterk als de klant hem belangrijk vindt." Wat betekent dit concreet?
A) Je moet elke klant individueel vragen wat hij wil
B) Een USP die technisch indrukwekkend is maar geen klantbehoefte aanspreekt, heeft geen waarde — het klantperspectief is bepalend
C) De klant bepaalt zelf de prijs van je dienst
D) Je mag alleen USP's gebruiken die klanten voorstellen
Deel 2 — Toegepaste inzichten (7 vragen)
9Een transportbedrijf zegt: "Wij zijn flexibel." Is dit een goede USP?
A) Ja, flexibiliteit is altijd een sterk verkoopargument
B) Nee, het is te vaag — een betere USP zou zijn: "Spoedritten binnen 2 uur"
C) Ja, want geen enkel ander bedrijf is flexibel
D) Nee, want flexibiliteit is een zwakte in een SWOT-analyse
10Een koeriersbedrijf overweegt drie mogelijke USP's. Welke is het sterkst?
A) "Wij hebben ervaring in de koeriersector"
B) "Wij zijn een betrouwbaar bedrijf"
C) "Levering dezelfde avond voor bestellingen voor 14u, gegarandeerd of gratis"
D) "Wij hebben een modern IT-systeem"
11Een logistiek bedrijf heeft als kenmerk dat ze IT-systemen gebruiken met real-time tracking. Hoe vertaal je dit naar een USP?
A) "Wij gebruiken moderne IT-systemen"
B) "Ons TMS-systeem is het nieuwste op de markt"
C) "Klanten volgen hun zending live — van ophaling tot levering"
D) "Wij investeren jaarlijks in technologie"
12Een transportbedrijf specialiseert zich in het vervoer van gevaarlijke stoffen. Welke USP past het best?
A) "Wij zijn een groot transportbedrijf"
B) "Wij hebben chauffeurs in dienst"
C) "Wij rijden overal in Europa"
D) "ADR-transport met gecertificeerde chauffeurs — veilig en conform alle regelgeving"
13Twee transportbedrijven bieden dezelfde dienst aan voor dezelfde prijs. Bedrijf A heeft als USP "Een vaste planner per klant." Bedrijf B zegt "Wij bieden goede service." Welk bedrijf zal de klant waarschijnlijk kiezen en waarom?
A) Bedrijf B, want "goede service" klinkt professioneler
B) Bedrijf A, want "een vaste planner per klant" is concreet en onderscheidend — de klant weet precies wat hij krijgt
C) Geen verschil, want de prijs is gelijk
D) Bedrijf B, want service is het belangrijkste in transport
14Een klein transportbedrijf zonder minimumvolume concurreert met grote spelers die alleen grote volumes aannemen. Welke USP speelt in op dit verschil?
A) "Wij zijn een klein maar fijn bedrijf"
B) "Wij hebben lagere kosten dan grote bedrijven"
C) "Geen minimumvolume — wij vervoeren ook kleine zendingen"
D) "Wij groeien elk jaar"
15Een startend transportbedrijf maakt een businessplan en noteert als USP's: "Wij leveren kwaliteit, wij zijn betrouwbaar en wij hebben ervaring." Wat is je advies?
A) Prima, dit zijn sterke USP's die investeerders zullen overtuigen
B) Voeg er nog "goede service" aan toe, dan is het compleet
C) Schrap alles en formuleer concrete, specifieke USP's die vertellen wat de klant er echt aan heeft — bv. levertijd, specialisatie, garantie of persoonlijke service
D) Zet ze in een mooier lettertype, dan ogen ze professioneler