Beleidsplanning: PESTEL

7de specialisatiejaar — Beheer van een (transport-)onderneming en kwaliteitszorg — 10 meerkeuzevragen
Instructie: Kies per vraag het beste antwoord. Omcirkel of onderstreep de letter van het juiste antwoord. Per vraag is er slechts 1 correct antwoord.
1Wat is PESTEL?
2Waar staat de letter "T" voor in PESTEL?
3Een transportbedrijf wordt geconfronteerd met stijgende brandstofprijzen en dalende koopkracht bij klanten. Onder welke PESTEL-factor valt dit?
  • A) Political
  • B) Economic
  • C) Environmental
  • D) Legal
4Een stad voert een lage-emissiezone in waardoor oudere dieselvrachtwagens niet meer het centrum in mogen. Onder welke PESTEL-factor(en) valt dit?
  • A) Uitsluitend Political
  • B) Uitsluitend Legal
  • C) Environmental (milieu) en Political (overheidsbeleid) — beide zijn relevant
  • D) Uitsluitend Technological
5Klanten verwachten steeds vaker same-day delivery en realtime tracking van hun pakket. Onder welke PESTEL-factor valt dit?
  • A) Economic
  • B) Legal
  • C) Social (sociaal-maatschappelijk)
  • D) Political
6Hoe verhouden PESTEL, SWOT en het Business Model Canvas (BMC) zich tot elkaar?
  • A) Het zijn drie losse modellen die onafhankelijk van elkaar werken
  • B) SWOT vervangt PESTEL, het BMC vervangt SWOT
  • C) PESTEL is de kaart (externe context), SWOT is je positie op die kaart (kansen/bedreigingen vertalen), BMC is de route die je kiest (concrete keuzes)
  • D) Het BMC komt eerst, daarna PESTEL, daarna SWOT
7Waar komen de O (Opportunities) en T (Threats) in een SWOT-analyse vandaan?
  • A) Uit interne bedrijfsanalyse
  • B) Rechtstreeks uit de PESTEL-analyse — het zijn externe factoren
  • C) Uit klantentevredenheidsenquetes
  • D) Uit het financieel plan van het businessplan
8Welke veelgemaakte fout wordt in de cursus benoemd bij het gebruik van PESTEL?
  • A) PESTEL te snel invullen
  • B) PESTEL invullen en dan stoppen — zonder het te vertalen naar SWOT en BMC
  • C) Te veel externe factoren opnemen
  • D) PESTEL enkel voor grote bedrijven gebruiken
9Een transportbedrijf heeft een modern wagenpark (sterkte) maar maakt hoge investeringskosten (zwakte). De markt vraagt steeds meer duurzame levering (kans), maar concurrenten die niet vergroenen bieden lagere prijzen (bedreiging). Welke waardepropositie past hier het best bij in het BMC?
  • A) "De goedkoopste transporteur op de markt"
  • B) "Transport met de grootste vloot van Europa"
  • C) "Duurzame en transparante levering met realtime tracking en lage CO2-uitstoot"
  • D) "Traditioneel transport met bewezen methodes"
10Wat is de kerngedachte achter de uitspraak "PESTEL beinvloedt wat klanten verwachten, de waardepropositie bepaalt hoe jij daarop antwoordt"?
  • A) PESTEL en de waardepropositie zijn hetzelfde
  • B) De waardepropositie moet de PESTEL-factoren negeren en eigen koers varen
  • C) Externe factoren (PESTEL) bepalen de context en klantverwachtingen — jouw waardepropositie is je strategisch antwoord daarop
  • D) PESTEL is alleen relevant voor klanten, niet voor het bedrijf zelf
Scoretabel: 9-10 uitstekend | 7-8 goed | 5-6 voldoende | 3-4 onvoldoende | 0-2 herkansing
Score: ___ / 10