OTIF — On Time In Full

7de specialisatiejaar — Beheer van een (transport-)onderneming en kwaliteitszorg — 12 meerkeuzevragen
Instructie: Kies per vraag het beste antwoord. Omcirkel of onderstreep de letter van het juiste antwoord. Per vraag is er slechts 1 correct antwoord.
Deel 1 — Begrip (5 vragen)
1Waar staat OTIF voor?
2Aan welke twee voorwaarden moet een levering tegelijk voldoen om als OTIF te tellen?
3Waarom is OTIF strenger dan het begrip "leverbetrouwbaarheid"?
  • A) OTIF kost meer om te meten
  • B) OTIF is alles-of-niets: zelfs als 99% van de levering correct is maar 1 doos ontbreekt, telt het niet als OTIF
  • C) Leverbetrouwbaarheid is een nieuwer begrip
  • D) OTIF geldt alleen voor internationale transporten
4Wat meet de "Perfect Order" bovenop de standaard OTIF?
  • A) De snelheid van de levering
  • B) De prijs per geleverde eenheid
  • C) Foutloze levering: correcte documentatie, juiste etikettering, geen schade aan product of verpakking
  • D) De tevredenheid van de chauffeur
5OTIF is een "ketenindicator". Wat betekent dat?
  • A) OTIF wordt alleen gemeten bij het laatste bedrijf in de keten
  • B) OTIF weerspiegelt de prestatie van de volledige keten — als een schakel faalt (planning, voorraadbeheer, picking, transport, communicatie), daalt de OTIF
  • C) OTIF meet alleen het transportgedeelte
  • D) OTIF wordt berekend per product, niet per levering
Deel 2 — Berekening (3 vragen)
6Een bedrijf doet 200 leveringen in een maand. 174 daarvan waren zowel op tijd als volledig. Wat is de OTIF?
  • A) 74%
  • B) 87%
  • C) 91%
  • D) 80%
7Een bedrijf meet over 12 maanden: op tijd geleverd = 90%, compleet geleverd = 80%, foutloos geleverd = 70%. Wat is de servicegraad (Perfect Order)?
  • A) 80% (het gemiddelde)
  • B) 70% (de laagste waarde)
  • C) 50,4% (90% x 80% x 70%)
  • D) Ongeveer 80% (schatting)
8Waarom mag je de drie percentages (op tijd, compleet, foutloos) NIET bij elkaar optellen en delen door drie?
  • A) Omdat optellen in logistiek niet is toegestaan
  • B) Omdat OTIF een overlap is: alleen leveringen die aan alle criteria tegelijk voldoen tellen mee — vermenigvuldigen geeft de kans dat alle drie samenvallen
  • C) Omdat je altijd de laagste waarde moet nemen
  • D) Omdat de drie criteria niet even belangrijk zijn
Deel 3 — Toegepaste inzichten (4 vragen)
9Een leverancier levert 100 pallets aan een supermarkt. 98 pallets zijn correct, maar 2 pallets bevatten het verkeerde product. Is deze levering OTIF?
  • A) Ja, want 98% is voldoende
  • B) Ja, want de levering was op tijd
  • C) Nee, want de levering is niet "In Full" — er zijn verkeerde producten geleverd
  • D) Ja, want de fout is verwaarloosbaar klein
10Een levering komt 3 uur te vroeg aan bij een klant die een strak tijdsvenster heeft afgesproken. Is dit OTIF?
  • A) Ja, want vroeg is altijd beter dan laat
  • B) Nee, want "On Time" betekent binnen het afgesproken tijdsvenster — niet te vroeg en niet te laat
  • C) Ja, want de goederen zijn er
  • D) Dat hangt af van de klant
11Waarom is een hoge OTIF zo belangrijk vanuit het perspectief van de klant?
  • A) Omdat de klant korting krijgt bij een hoge OTIF
  • B) Omdat de wet een minimale OTIF vereist
  • C) Omdat een hoge OTIF betekent: geen stockbreuken, geen extra werk, geen herplanning en geen verrassingen — het is betrouwbaarheid zoals de klant die ervaart
  • D) Omdat OTIF de prijs van de dienst bepaalt
12Een transportbedrijf zegt: "Op tijd maar niet volledig is even fout als volledig maar te laat." Klopt deze uitspraak?
  • A) Nee, op tijd is altijd belangrijker dan volledig
  • B) Nee, volledig is altijd belangrijker dan op tijd
  • C) Ja, want bij OTIF moeten beide voorwaarden tegelijk kloppen — falen op een van de twee is altijd geen OTIF
  • D) Nee, het hangt af van het type product
Scoretabel: 11-12 uitstekend | 9-10 goed | 6-8 voldoende | 4-5 onvoldoende | 0-3 herkansing
Score: ___ / 12