Instructie: Kies per vraag het beste antwoord. Het correcte antwoord is aangeduid met een vinkje. Onder elke vraag vind je een toelichting.
Deel 1 — Begrip (5 vragen)
- A) Ordered Transport and Invoice Format
- B) On Time In Full — op tijd en volledig geleverd
- C) Operational Tracking and Information Flow
- D) Online Transport Integration Framework
OTIF staat voor On Time In Full. Het is een van de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) in logistiek en meet de leverbetrouwbaarheid: is de levering op het afgesproken moment aangekomen, met alle afgesproken goederen?
- A) Goedkoop en snel
- B) Correct gefactureerd en ondertekend
- C) On Time (op het afgesproken moment, niet te vroeg en niet te laat) en In Full (alle afgesproken goederen, juiste hoeveelheden, juiste producten, geen tekorten)
- D) Geleverd en betaald
Beide voorwaarden moeten samen kloppen. "On Time" betekent binnen het afgesproken tijdsvenster — niet te vroeg en niet te laat. "In Full" betekent alle goederen, juiste hoeveelheden, juiste producten, geen tekorten. Als een van de twee faalt, is er geen OTIF.
- A) OTIF kost meer om te meten
- B) OTIF is alles-of-niets: zelfs als 99% van de levering correct is maar 1 doos ontbreekt, telt het niet als OTIF
- C) Leverbetrouwbaarheid is een nieuwer begrip
- D) OTIF geldt alleen voor internationale transporten
Velen denken: "Het is geleverd, dus het is goed." Maar OTIF zegt: te laat = fout, niet volledig = fout, verkeerd product = fout. Zelfs als 99% correct is maar 1 doos ontbreekt: geen OTIF. Het is een alles-of-niets meting.
- A) De snelheid van de levering
- B) De prijs per geleverde eenheid
- C) Foutloze levering: correcte documentatie, juiste etikettering, geen schade aan product of verpakking
- D) De tevredenheid van de chauffeur
De strengste versie van OTIF, de "Perfect Order", voegt een derde criterium toe: foutloos. Dat omvat correcte documentatie, juiste etikettering en geen schade. Dit kan apart worden gemeten of als uitbreiding van de OTIF.
- A) OTIF wordt alleen gemeten bij het laatste bedrijf in de keten
- B) OTIF weerspiegelt de prestatie van de volledige keten — als een schakel faalt (planning, voorraadbeheer, picking, transport, communicatie), daalt de OTIF
- C) OTIF meet alleen het transportgedeelte
- D) OTIF wordt berekend per product, niet per levering
OTIF meet planning, voorraadbeheer, picking, transport en communicatie samen. Als een van deze schakels faalt, daalt de OTIF. Het is dus een indicator van de totale keten, niet van een enkel onderdeel.
Deel 2 — Berekening (3 vragen)
- A) 74%
- B) 87%
- C) 91%
- D) 80%
OTIF (%) = (174 / 200) x 100 = 87%. Alleen leveringen die zowel op tijd als volledig waren, tellen mee. Leveringen die wel op tijd maar niet volledig waren (of omgekeerd) tellen niet als OTIF.
- A) 80% (het gemiddelde)
- B) 70% (de laagste waarde)
- C) 50,4% (90% x 80% x 70%)
- D) Ongeveer 80% (schatting)
De juiste methode is vermenigvuldigen: 0,90 x 0,80 x 0,70 = 0,504 = 50,4%. De cursus waarschuwt expliciet voor drie veelgemaakte fouten: het gemiddelde nemen (fout), de laagste waarde nemen (fout), of schatten (fout). OTIF is een overlap, geen gemiddelde.
- A) Omdat optellen in logistiek niet is toegestaan
- B) Omdat OTIF een overlap is: alleen leveringen die aan alle criteria tegelijk voldoen tellen mee — vermenigvuldigen geeft de kans dat alle drie samenvallen
- C) Omdat je altijd de laagste waarde moet nemen
- D) Omdat de drie criteria niet even belangrijk zijn
Een gemiddelde suggereert dat tekorten op het ene criterium gecompenseerd worden door het andere. Maar OTIF is alles-of-niets: een levering die op tijd maar niet volledig is, telt niet. Vermenigvuldigen berekent de kans dat alle criteria tegelijk kloppen — dat is de echte servicegraad.
Deel 3 — Toegepaste inzichten (4 vragen)
- A) Ja, want 98% is voldoende
- B) Ja, want de levering was op tijd
- C) Nee, want de levering is niet "In Full" — er zijn verkeerde producten geleverd
- D) Ja, want de fout is verwaarloosbaar klein
OTIF is alles-of-niets. "In Full" betekent alle afgesproken goederen, juiste hoeveelheden, juiste producten, geen tekorten. 2 pallets met het verkeerde product = niet volledig = geen OTIF, ongeacht of de rest perfect was.
- A) Ja, want vroeg is altijd beter dan laat
- B) Nee, want "On Time" betekent binnen het afgesproken tijdsvenster — niet te vroeg en niet te laat
- C) Ja, want de goederen zijn er
- D) Dat hangt af van de klant
Dit is een veelvoorkomend misverstand. "On Time" betekent op het afgesproken moment, binnen het afgesproken tijdsvenster. Te vroeg kan net zo problematisch zijn als te laat — de klant heeft misschien geen personeel of laadperron beschikbaar op dat moment.
- A) Omdat de klant korting krijgt bij een hoge OTIF
- B) Omdat de wet een minimale OTIF vereist
- C) Omdat een hoge OTIF betekent: geen stockbreuken, geen extra werk, geen herplanning en geen verrassingen — het is betrouwbaarheid zoals de klant die ervaart
- D) Omdat OTIF de prijs van de dienst bepaalt
OTIF meet wat de klant echt ervaart. Een hoge OTIF betekent: geen excuses, alleen afspraken die worden nagekomen. Geen stockbreuken in de winkel, geen extra werk om fouten recht te zetten, geen verrassingen bij ontvangst.
- A) Nee, op tijd is altijd belangrijker dan volledig
- B) Nee, volledig is altijd belangrijker dan op tijd
- C) Ja, want bij OTIF moeten beide voorwaarden tegelijk kloppen — falen op een van de twee is altijd geen OTIF
- D) Nee, het hangt af van het type product
Dit is een kernuitspraak uit de cursus. OTIF is geen hierarchie — beide voorwaarden zijn even belangrijk en moeten tegelijk kloppen. Een levering die op tijd is maar niet volledig, telt even min als een levering die volledig is maar te laat. Beide = geen OTIF.
Scoretabel: 11-12 uitstekend | 9-10 goed | 6-8 voldoende | 4-5 onvoldoende | 0-3 herkansing
Score: ___ / 12