Rode draad doorheen de les: LogiTrans is een logistiek bedrijf dat pakketten ophaalt bij webshops en levert bij klanten. We volgen hun financiële stroom: van de kosten om te rijden tot de winst die overblijft. Aan de hand van dit bedrijf leer je alle begrippen kennen.

Inkoopprijs

Wat betaal jij aan de leverancier?

De inkoopprijs is het bedrag dat jij betaalt om een product aan te kopen bij een leverancier of groothandel. Dit is de prijs voordat jij er iets aan verdient.
Voorbeeld — LogiTrans

LogiTrans koopt kartonnen verzenddozen in bij een verpakkingsleverancier. Ze betalen 0,80 euro per doos. Dat is de inkoopprijs. Zonder deze dozen kunnen ze geen pakketten versturen.

Kostprijs

Wat kost het product je echt, alles inbegrepen?

De kostprijs is de inkoopprijs plus alle extra kosten om het product bij de klant te krijgen: verpakking, transport, opslag... De kostprijs is altijd hoger dan de inkoopprijs.
Kostprijs = Inkoopprijs + Extra kosten per product
Voorbeeld — LogiTrans

LogiTrans betaalt 0,80 euro per doos. Maar er komen kosten bij: 0,30 euro vulmateriaal (bubbeltjesplastic, papier) + 0,15 euro opslag in het magazijn + 0,25 euro handling (personeel dat de doos klaarmaakt). Kostprijs per verzonden pakket = 0,80 + 0,30 + 0,15 + 0,25 = 1,50 euro per pakket.

Omzet

Hoeveel geld komt er binnen via verkopen?

De omzet is het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door producten of diensten te verkopen. Het is simpelweg: hoeveel je verkoopt keer de verkoopprijs. Van dit geld moeten nog wel alle kosten betaald worden.
Omzet = Aantal verkochte producten × Verkoopprijs
Voorbeeld — LogiTrans

LogiTrans rekent klanten (webshops) 4,50 euro per verzonden pakket. In januari verwerken ze 2.000 pakketten. Hun omzet = 2.000 × 4,50 = 9.000 euro.

Kosten

Wat geeft het bedrijf uit om te werken?

Kosten zijn alle uitgaven die een bedrijf maakt om te kunnen werken. We kunnen kosten op twee manieren indelen:
Kosten die in de kostprijs zitten

= kosten om het product klaar te maken voor verkoop

  • Inkoopprijs — wat je betaalt aan de leverancier
  • Transport naar jou — verzendkosten van leverancier naar jouw magazijn
  • Verpakking per product — doos, beschermmateriaal
  • Opslag per product — kosten om het product te bewaren tot verkoop

Deze kosten zijn variabel: hoe meer je inkoopt, hoe hoger ze zijn.

Kostprijs = inkoopprijs + transport + verpakking + opslag
Dit zijn de kosten vóór de verkoop.
Kosten van de bedrijfsvoering

= kosten om het bedrijf draaiende te houden

  • Huur — magazijn, winkel, kantoor
  • Lonen — personeel, jezelf
  • Elektriciteit & verwarming
  • Reclame & marketing
  • Verzekeringen
  • Software, website, boekhouder

Deze kosten zijn meestal vast: je betaalt ze ook als je niets verkoopt.

Dit zijn de kosten die je na de brutowinst nog moet aftrekken.
Samenvattend:

Inkoopprijs + extra kosten per product = Kostprijs
OmzetKostprijs × aantal = Brutowinst
BrutowinstVaste kosten = Nettowinst

Voorbeeld — LogiTrans

LogiTrans heeft in januari deze kosten:

Kosten in de kostprijs (per pakket):
— Verzenddoos: 0,80 euro
— Vulmateriaal: 0,30 euro
— Opslag: 0,15 euro
— Handling (personeel): 0,25 euro
Kostprijs per pakket = 1,50 euro
Bij 2.000 pakketten = 2.000 × 1,50 = 3.000 euro (variabele kosten)

Kosten van de bedrijfsvoering (vast):
— Huur magazijn: 2.500 euro
— Lonen vaste medewerkers: 1.800 euro
— Leasing bestelwagen: 600 euro
— Verzekeringen: 350 euro
— Software (WMS): 150 euro
Totaal vaste kosten = 5.400 euro

Totaal alle kosten = 3.000 + 5.400 = 8.400 euro

Brutowinst

Omzet min de kostprijs

De brutowinst is wat overblijft van de omzet nadat je de kostprijs (= inkoopprijs + variabele kosten) × het aantal hebt afgetrokken. De vaste kosten (huur, lonen, leasing, verzekeringen...) zijn dan nog niet meegeteld.
Brutowinst = Omzet − (Inkoopprijs + Variabele kosten) × aantal
Korter: Brutowinst = Omzet − Kostprijs × aantal
Voorbeeld — LogiTrans

Omzet = 9.000 euro. Kostprijs per pakket = 1,50 euro (doos 0,80 + vulmateriaal 0,30 + opslag 0,15 + handling 0,25). Totale kostprijs = 2.000 × 1,50 = 3.000 euro.
Brutowinst = 9.000 − 3.000 = 6.000 euro. Maar LogiTrans moet hier nog de vaste kosten (huur, lonen, leasing, verzekeringen, software) van betalen!

Nettowinst

Wat blijft er echt over na ALLE kosten?

De nettowinst is wat het bedrijf echt overhoudt na aftrek van alle kosten. Dit is het echte resultaat. Als de nettowinst negatief is, heeft het bedrijf verlies gemaakt.
Nettowinst = Omzet − Alle kosten
Voorbeeld — LogiTrans

Omzet = 9.000 euro. Alle kosten = 8.400 euro.
Nettowinst = 9.000 − 8.400 = 600 euro. Dit is wat LogiTrans echt overhoudt in januari. Merk op: de marges in logistiek zijn klein! Daarom is kostenbeheer zo cruciaal in deze sector.

Hoe hangen de begrippen samen?

Dezelfde cijfers van LogiTrans, stap voor stap.

Stap 1 — Omzet
2.000 pakketten × 4,50 euro = 9.000 euro omzet
Alles wat binnenkomt via dienstverlening aan webshops
Stap 2 — Inkoopkosten (kostprijs × aantal)
2.000 pakketten × 1,50 euro = 3.000 euro
Doos (0,80) + vulmateriaal (0,30) + opslag (0,15) + handling (0,25) = kostprijs 1,50 euro
Brutowinst
9.000 − 3.000 = 6.000 euro
Nog niet de echte winst — andere kosten komen er nog af
Stap 3 — Vaste kosten
Huur (2.500) + Lonen (1.800) + Leasing (600) + Verzekeringen (350) + WMS (150) = 5.400 euro
Blijven gelijk ongeacht hoeveel pakketten LogiTrans verwerkt
Nettowinst — het echte resultaat
9.000 − 8.400 = 600 euro
Variabele kosten (3.000) + vaste kosten (5.400) = alle kosten (8.400)
Winstmarge: 600 / 9.000 = 6,7% — typisch voor logistiek. Elke euro extra kost telt!

In dit voorbeeld

Inkoopprijs
0,80 euro
per doos, bij de leverancier
Kostprijs
1,50 euro
doos + vulmateriaal + opslag + handling
Verkoopprijs
4,50 euro
wat de webshop-klant betaalt per pakket
Omzet
9.000 euro
2.000 pakketten × 4,50 euro
Brutowinst
6.000 euro
omzet − variabele kosten
Nettowinst
600 euro
omzet − alle kosten (marge: 6,7%)

Oefening 1 — Sportwinkel

Een sportwinkel koopt voetballen in bij een leverancier en verkoopt ze in de winkel. Gebruik onderstaande gegevens om de vragen te beantwoorden.

Inkoopprijs per voetbal12 euro
Verpakking per voetbal1 euro
Verkoopprijs per voetbal25 euro
Aantal verkocht in maart80 voetballen
Huur winkel (maart)600 euro
Loon medewerker (maart)400 euro
  • 1Wat is de kostprijs per voetbal?
  • 2Wat is de omzet in maart?
  • 3Wat is de brutowinst in maart?
  • 4Wat is de nettowinst in maart?
Antwoorden
1. Kostprijs = 12 + 1 = 13 euro per voetbal
2. Omzet = 80 × 25 = 2.000 euro
3. Inkoopkosten = 80 × 13 = 1.040 euro  →  Brutowinst = 2.000 − 1.040 = 960 euro
4. Vaste kosten = 600 + 400 = 1.000 euro  →  Nettowinst = 2.000 − 1.040 − 1.000 = −40 euro (verlies!)

Oefening 2 — Broodjeszaak

Een broodjeszaak verkoopt broodjes aan klanten. De zaak heeft variabele kosten (ingrediënten, verpakking) en vaste kosten (huur, elektriciteit).

Inkoopprijs per broodje (ingrediënten)1,20 euro
Verpakking per broodje0,10 euro
Verkoopprijs per broodje3,50 euro
Aantal verkocht per maand1.200 broodjes
Huur + elektriciteit800 euro
  • 1Wat is de kostprijs per broodje?
  • 2Wat is de maandelijkse omzet?
  • 3Wat is de brutowinst?
  • 4Wat is de nettowinst?
  • 5De eigenaar wil zijn prijs verhogen naar 4 euro. Bereken de nieuwe nettowinst.
Antwoorden
1. Kostprijs = 1,20 + 0,10 = 1,30 euro
2. Omzet = 1.200 × 3,50 = 4.200 euro
3. Inkoopkosten = 1.200 × 1,30 = 1.560 euro  →  Brutowinst = 4.200 − 1.560 = 2.640 euro
4. Nettowinst = 2.640 − 800 = 1.840 euro
5. Nieuwe omzet = 1.200 × 4,00 = 4.800 euro  →  Nieuwe nettowinst = 4.800 − 1.560 − 800 = 2.440 euro

Oefening 3 — LogiTrans groeit (terug naar de rode draad)

LogiTrans krijgt er een nieuwe klant bij: een meubel-webshop. Naast standaardpakketten verwerken ze nu ook grote pakketten. Bereken de totale nettowinst.

Standaardpakketten: kostprijs1,50 euro
Standaardpakketten: verkoopprijs4,50 euro
Standaardpakketten: verwerkt1.800 stuks
Grote pakketten: kostprijs3,20 euro
Grote pakketten: verkoopprijs8,00 euro
Grote pakketten: verwerkt400 stuks
Vaste kosten (huur, lonen, leasing, verzekeringen, WMS)5.400 euro
  • 1Bereken de totale omzet (standaard + groot samen).
  • 2Bereken de totale variabele kosten.
  • 3Bereken de brutowinst.
  • 4Bereken de nettowinst.
  • 5Bereken de winstmarge (nettowinst / omzet × 100%).
Antwoorden
1. Omzet standaard = 1.800 × 4,50 = 8.100 euro  |  Omzet groot = 400 × 8,00 = 3.200 euro  →  Totale omzet = 11.300 euro
2. Var. kosten standaard = 1.800 × 1,50 = 2.700 euro  |  Var. kosten groot = 400 × 3,20 = 1.280 euro  →  Totale var. kosten = 3.980 euro
3. Brutowinst = 11.300 − 3.980 = 7.320 euro
4. Nettowinst = 7.320 − 5.400 = 1.920 euro
5. Winstmarge = 1.920 / 11.300 × 100% = 17,0% — beter dan januari! De grote pakketten hebben een hogere marge.
Begrip Betekenis Formule
Inkoopprijs Wat jij betaalt aan de leverancier voor 1 product Gegeven
Kostprijs Inkoopprijs + alle extra kosten per product (verpakking, opslag...) Inkoopprijs + extra kosten
Omzet Totaal bedrag dat binnenkomt via verkopen Aantal × Verkoopprijs
Variabele kosten Kosten die stijgen met het aantal verkopen (inkoop, verpakking, opslag) Kostprijs × Aantal
Vaste kosten Kosten die gelijk blijven ongeacht de verkoop (huur, lonen, reclame) Gegeven
Brutowinst Omzet min de kostprijs — vaste kosten komen er nog af Omzet − Kostprijs × aantal
Nettowinst Wat het bedrijf echt overhoudt na ALLE kosten Omzet − Alle kosten
Onthoud dit verschil:
  • Inkoopprijs = wat jij betaalt voor 1 product, zonder extra kosten
  • Kostprijs = inkoopprijs + alle extra kosten per product
  • Variabele kosten = stijgen mee met de verkoop (inkoop, verpakking...)
  • Vaste kosten = blijven gelijk, ongeacht de verkoop (huur, lonen...)
  • Brutowinst = omzet minus de variabele kosten (vaste kosten nog niet meegerekend!)
  • Nettowinst = omzet minus alle kosten (variabele + vaste)